AOW franchise 2016 pensioen zijn bekend

Op 30 november is het minimumloon voor 2016 bekend gemaakt. Op basis van het minimumloon worden de AOW- en ANW uitkeringen berekend. Op basis van de AOW wordt de  AOW-franchise 2016 berekend.

Minimumloon en AOW        2016      2015
Minimumloon  € 19.758,84  € 19.463,33
AOW enkelvoudig (e.v.)  €   9.714,12  €   9.481,50
AOW alleenstaand (o.g.)  € 14.210,76  € 14.170,44
AOW-franchise 2016
AOW Franchise 10/7 e.v.  € 13.877,31  € 13.545,00
AOW Franchise 100/75 e.v. (middelloon)  € 12.952,16  € 12.642,00
AOW Franchise 100/66,28 e.v. (eindloon)  € 14.656,19  € 14.305,00
AOW Franchise 100/66,28 o.g. (eindloon eigen beheer)  € 21.440,49  € 20.921,00
AOW Franchise 100/75 o.g. (middelloon eigen beheer)  € 18.947,68  € 18.893,92
ANW-uitkering 2016
ANW  € 14.837,52  € 14.658,84
Wezen tot 10 jaar  €    4.748,04  €    4.690,80
Wezen van 10 tot 16  €    7.122,00  €    7.036,20
Wezen vanaf 16  €    9.495,96  €    9.381,48

Overgangsbepalingen voor gebruik twee franchises

Vanaf 2015 komt er een verschil tussen de franchise in een middelloonregeling en een eindloonregeling. De staatssecretaris van financiën heeft op 2 oktober 2014 een besluit gepubliceerd waarin wordt goedgekeurd dat in een RISICO nabestaandenpensioen op eindloonbasis een middelloonfranchise gehanteerd mag worden. Als het nabestaandenpensioen op opbouwbasis is toegezegd, dan geldt deze goedkeuring niet. Dit staat in de Staatscourant, 02-10-2014

Er is een voorwaarde en dat is dat het nabestaandenpensioen gebaseerd moet zijn op het salaris van het moment van overlijden. Er mag dus geen sprake zijn van een toezegging met een bereikbaar salaris (die toezeggingen komen haast niet voor). Deze goedkeuring geldt tot 01-01-2018, daarna moeten alle regelingen aangepast zijn aan de nieuwe franchises.

Naast deze goedkeuring staan er nog een aantal zaken in:

1) Werknemers geboren voor 01-01-1950 mogen onder de Wet VAP (01-01-2014) hun oude opbouwpercentage voor het nabestaandenpensioen behouden (art 2.1 van het besluit);

2) Onder voorwaarden mag het wezenpensioen in 2014 iets te hoog zijn (art 2.2 van het besluit);

3) Bij een risico nabestaandenpensioen mag je uitgaan van de oude “opbouw”percentages (art. 2.3 van het besluit);

4) Conversie van opgebouwde aanspraken met recht op indexatie, in relatie tot de maximale pensioenopbouw (art. 2.4 van het besluit);

5) Aanwijzing van pensioenregelingen waarbij de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is ingegaan (art 2.5 van het besluit).

De aanwijzing van pensioenregelingen geldt NOOIT voor pensioenopbouw in eigen beheer. Dit is op grond van artikel 19d Wet LB niet toegestaan.

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor niet afdragen pensioenpremies

De bestuurder van een BV is persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de achterstallige pensioenpremies aan het bedrijfstakpensioenfonds. De melding van betalingsonmacht is te laat ingediend.  Deze melding moet binnen veertien dagen na de dag waarop betaald had moeten zijn bij het fonds binnen zijn. Bij de melding moet ook inzicht worden gegeven in de omstandigheden die hebben geleid tot de betalingsonmacht (Besluit meldingsregeling Wet BPF 2000).  De oud bestuurder moet ruim € 300.000,- betalen aan het pensioenfonds. De uitspraak GHDHA:2014:1860 is hier helemaal te lezen.
Deze uitspraak is de afgelopen week gepubliceerd. Naast deze uitspraak zijn er de afgelopen week meerdere uitspraken en ontwikkelingen geweest die betrekking hebben op het pensioenvak. Hut Pensioen Consultancy houdt voor vele pensioenadviseurs wekelijks de laatste ontwikkelingen bij. Belangstelling? Mail dan naar  met als onderwerp “vakliteratuur”. U krijgt dan een proefabonnement voor twee maanden. Daarmee bent u iedere week op de hoogte van het laatste pensioennieuws.

“Keuzes voor een beter belastingstelsel”

Staatssecretaris Wiebes heeft een brief verzonden aan de Tweede Kamer over de herziening van het belastingstelsel. Zie hiervoor: Kamerbrief: “Keuzes voor een beter belastingstelsel”.

In deze Kamerbrief ligt de staatssecretaris de ambities van het kabinet toe en schetst hij de inhoudelijke bewegingen naar een toekomstig belastingstelsel. Er staan geen concrete herzieningen in, maar de brief geeft wel een richting aan. Voor de pensioenpraktijk staat er op pagina 16 een belangrijke passage die veel impact kan hebben op de pensioenopbouw voor DGA’s, namelijk:

Een aantal mogelijke maatregelen zal de komende periode beleidsmatig worden gewogen, waarna – indien dit leidt tot een positieve uitkomst – wetgeving wordt voorbereid met het oog op implementatie per 2016. Te denken valt aan het verhogen van de aanslaggrenzen, het gedeeltelijk uit de loonbelasting halen van de DGA, het schrappen van de middelingsregeling en het vereenvoudigen van pensioen in eigen beheer.

Nu is het afschaffen van eigen beheer uiteraard geen verrassing meer. Dat de DGA (gedeeltelijk) uit de Loonbelasting wordt gehaald is ook niet helemaal nieuw, maar deze Kamerbrief geeft nu voor het eerst een concrete aanwijzing dat dit ook gaat gebeuren. Helaas wordt er niet bij vermeld welk deel van de Loonbelasting niet van toepassing meer zou zijn voor de DGA. Het lijkt aannemelijk dat dit de artikelen betreft over het pensioen, omdat pensioen voor de DGA als complex ervaren wordt. Eén van de doelstelling van de herziening is dat het belastingstelsel eenvoudiger wordt.  Wat het daadwerkelijk gaat worden, laat nog op zich wachten.

Ter geruststelling, op pagina 11 staat dat de woningmarkt en de pensioenen (voorlopig) met rust gelaten worden. Gezien de wijzigingen die we de afgelopen twee jaren gehad hebben is dat in ieder geval prettig om te lezen.

Prinsjesdag 2015

In het wetsvoorstel belastingplan 2015 staan weinig echt verrassende zaken. De belangrijkste wijzigingen voor de pensioenpraktijk zijn:

– Lijfrente worden afkoopbaar bij langdurige arbeidsongeschiktheid;

– Levensloopregelingen worden in 2015 weer tegen 80% afkoopbaar;

– De afwijking van het gebruikelijk loon wordt verlaagd van 30% naar 25%.

Er wordt in dit wetsvoorstel niet gesproken over het afschaffen van eigen beheer of over het weghalen van de DGA uit de Wet Loonbelasting. De geruchten werden steeds sterker dat de DGA geen pensioen (in de zin van de Wet LB) zou kunnen opbouwen. Gevolg hiervan zou zijn dat de DGA geen pensioen in eigen beheer meer mag opbouwen, maar ook niet bij een verzekeraar.

In het belastingplan 2015 wordt dit onderwerp nog niet besproken en blijft dit voorlopig nog “boven de markt” hangen.

Wetsvoorstel belastingplan 2015

 

DGA en echtscheiding, een nieuwe ontwikkeling bij onderdekking

Op 18 juni 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag een uitspraak gedaan over de verdeling van pensioenaanspraken bij echtscheiding. Op zich is dat niet zo spannend, want dat gebeurt dagelijks. Wat maakt deze zaak dan zo interessant?

Vele pensioen BV’s kunnen niet voldoen aan de pensioenverplichtingen. De BV is dan in onderdekking. Ook de BV in deze zaak is in onderdekking. Het Hof Den Haag heeft nu een formule gehanteerd waarin de mate van onderdekking verdeeld wordt onder de ex-echtgenoten. Het Hof berekend eerst de hoogte van de onderdeking en daarna wordt het effectief beschikbaar bedrag voor uitkeringen van de pensioenen (=EBBP) berekend.

De onderdekking wordt berekend door het eigen vermogen te verminderen met de pensioenvoorziening. De som is het dekkingstekort. De pensioenvoorziening wordt verminderd met het dekkingstekort en verhoogd met het gerealiseerde beleggingsresultaat over de periode vanaf de balansdatum tot aan de berekeningsdatum. Dit totaalbedrag is dan het EBBP.

De verdeling van het EBBP wordt volgende de volgende berekening gedaan: (OP-man)x + (OPvrouw)x + (WP vrouw)x = EBBP. Met deze formule wordt het dekkingstekort verdeeld over de ex-partners en wordt voorkomen dat de ex-partner de volledige “pot met geld” meeneemt.

Wat mij wel verbaast, is dat de verdeling plaatsvindt op basis van de fiscale balans en dat er niet gekeken is naar de commerciële balans. De fiscale balans is alleen van toepassing op de fiscale winstbepaling en niet voor alle andere zaken. Zeker bij pensioenen moet de fiscale balans terzijde geschoven worden en mag er alleen gekeken worden naar de commerciële balans.

02-09-2014

Ronald Hut MPLA

Wetsvoorstel aanpassingen pensioenopbouw 2015 aangenomen door Tweede Kamer

Op 6 maart is het wetsvoorstel voor de verdere versobering van de pensioenopbouw in de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat de maximale pensioenopbouw vanaf 1 januari 2015 verlaagd van 2,15% per dienstjaar naar 1,875% per dienstjaar. Daarnaast wordt de pensioenopbouw gemaximeerd tot een inkomen van € 100.000,-.  Voor inkomens boven de € 100.000,- komt er een mogelijkheid om aanvullende lijfrentes te regelen. Dit zijn netto lijfrentes, dus ze zijn niet aftrekbaar van het inkomen.

Amendement Pieter Omtzigt aangenomen

Dit amendement regelt dat de netto lijfrentes ook onder de werking van de Wet op de Medische Keuringen (WMK) vallen. In de WMK is een keuringsverbod opgenomen voor pensioenverzekeringen. Dat betekent dat werknemers niet gekeurd mogen worden bij het afsluiten van een pensioenverzekering.  Door dit amendement mogen pensioenuitvoerders geen keuringen verlangen bij een netto lijfrenteverzekering. Het voordeel is dat voor alle werknemers met een inkomen boven de € 100.000,- het nabestaandenpensioen probleemloos kunnen voortzetten.

Aanpassingen pensioenopbouw 2015

Op 20 januari is het wetsvoorstel “Witteveen 2015″ gepubliceerd. Het wetsvoorstel zorgt voor een verlaging van het opbouwpercentage van 2,15% naar 1,875%. Er wordt ook een nettolijfrente faciliteit voor inkomens boven de € 100.000,- geïntroduceerd. Daarnaast regelt het wetsvoorstel de invoering van een aantal regels waarmee geborgd kan worden dat de premies van pensioenen ook gaan dalen. Het is te hopen dat het wetsvoorstel vóór de zomervakantie is behandeld, zodat er snel duidelijkheid is voor iedereen. Er is in ieder geval een breder draagvlak binnen de Eerste Kamer  dan voor het vorige wetsvoorstel (het vorige wetsvoorstel is gesneuveld op 8 oktober 2013).