De DGA moet onder de Pensioenwet

De DGA moet onder de Pensioenwet

Bij de invoering van de Pensioenwet (PW) is de Directeur Grootaandeelhouder (DGA) buiten de PW gehouden. Onder de DGA wordt verstaan de werknemer die 10% of meer van de aandelen van het bedrijf in handen heeft. In 2007 is de PW ingevoerd en daarbij is de DGA buiten de werking van de PW geplaatst. De voornaamste reden om de DGA buiten de PW te plaatsen, is dat de DGA de mogelijkheid heeft om het pensioen binnen de eigen BV op te bouwen.

Eigen beheer wordt afgeschaft

Eigenlijk mogen we niet spreken over afschaffen, maar moeten we spreken over uitfaseren. Dat komt onderaan de streep op hetzelfde neer. Vanaf 2017 is het in ieder geval de bedoeling dat er geen nieuwe opbouw in eigen beheer meer kan plaatsvinden. Er mag gekozen worden om de opgebouwde aanspraken te laten staan, maar het beleid wordt erop gericht dat zoveel mogelijk DGA’s gaan kiezen om het eigen beheer om te zetten in de nieuwe oudedagsvoorziening in de eigen BV.

Veel DGA’s kiezen nog steeds voor een verzekerd pensioen

Naast de pensioenopbouw in eigen beheer kan de DGA het pensioen “gewoon” opbouwen bij een verzekeraar. Heel veel DGA’s hebben een mix van eigen beheer en verzekeren. Een enkeling heeft alleen een verzekerd pensioen. Wat nu de beste keuze is, is een individuele afweging en verschilt dus per situatie. De discussie hierover wil ik hier buiten beschouwing laten.

De verzekerde regelingen van de DGA’s vallen nu NIET onder de werking van de Pensioenwet, omdat de DGA de mogelijkheid heeft om het verzekerde pensioen terug te halen naar eigen beheer. Nadat eigen beheer is afgeschaft zijn er naar mijn mening geen argumenten meer om de DGA buiten de werking van de PW te houden.

De enige belemmering is, dat werknemers onder de PW niet gekeurd mogen worden en DGA’s wel, maar dat is simpel aan te passen

In de Wet op de Medische Keuringen (WMK) is opgenomen, dat werknemers niet gekeurd mogen worden bij het afsluiten van een pensioenverzekering. Voor de definitie van de werknemer wordt verwezen naar de definitie van de werknemer onder de PW. Daarmee is de DGA uitgesloten van het keuringsverbod. De verzekeraars willen ongetwijfeld de mogelijkheid behouden om de DGA te kunnen keuren. Om die mogelijkheid te behouden hoeft alleen de WMK aangepast te worden. Bij de definities in de WMK komt de definitie van de DGA uit de PW te staan en voilà, de DGA mag nog steeds gekeurd worden.

Hieronder staan een aantal argumenten waarom de DGA wel onder de PW zou moeten vallen.

 De samenwonende DGA wordt gelijk behandeld met de gehuwde DGA

Een DGA die gehuwd is en een DGA die samenwoont, worden momenteel anders behandeld bij het verbreken van de relatie. Stel dat de partner van de DGA een “gewone” werknemer is en dit stel gaat uit elkaar. Over het pensioen wordt afgesproken dat het op basis van de wettelijke regels verdeeld wordt.

Bij echtscheiding hebben beide echtgenoten recht op de helft van het ouderdomspensioen en recht op het bijzonder nabestaandenpensioen. De verdeling van het ouderdomspensioen is geregeld in de Wet Verevening Pensioenaanspraken bij Scheiding (WVPS). Die wet geldt voor werknemers en voor DGA’s. Het bijzonder nabestaandenpensioen is geregeld in de PW en omdat de DGA niet onder de PW valt, is het bijzonder nabestaandenpensioen voor de DGA in de WVPS geregeld.

Als het stel niet gehuwd is, maar samenwoont, dan ontstaat er een vreemde situatie.

Bij samenwonen kun je niet gaan scheiden en daardoor is de WVPS niet van toepassing. De WVPS is alleen van toepassing bij gehuwden. Omdat de WVPS niet van toepassing is, vindt er geen verdeling plaats van het ouderdomspensioen. De beide partners houden hun eigen ouderdomspensioen.

De PW is wel van toepassing op samenwonenden. Het bijzonder nabestaandenpensioen wordt geregeld in de PW en omdat de DGA niet onder de PW valt, is het bijzonder nabestaandenpensioen van de DGA opgenomen in de WVPS.

Met deze regelgeving is de situatie ontstaan dat het nabestaandenpensioen dat de DGA heeft opgebouwd van de DGA blijft. Zijn nabestaandenpensioen valt onder de werking van de WVPS en die is niet van toepassing bij samenwonenden.

Het nabestaandenpensioen van de partner valt onder de PW en in de PW wordt bijzonder nabestaandenpensioen ook toegekend aan samenwonenden en niet alleen aan gehuwden. Daardoor krijgt de DGA wel recht op het bijzonder nabestaandenpensioen van de partner.

Samengevat: de ongehuwde DGA krijgt wel recht op het bijzonder nabestaandenpensioen van de partner en de partner heeft nergens recht op.

Dit probleem valt simpel op te lossen door de DGA met een verzekerde regeling ook onder de werking van de PW te laten vallen.

  •  De DGA kan het pensioen gaan opbouwen bij een Premie Pensioen Instelling, nu is dat verboden

Op dit moment is het niet toegestaan voor DGA’s om het pensioen op te gaan bouwen bij een Premie Pensioen Instelling (PPI). Dat komt, omdat de PPI een vehikel is dat onder de werking valt van de PW en De Nederlandsche Bank heeft daarom aangegeven dat alleen werknemers bij een PPI het pensioen mogen opbouwen. Zodra de DGA onder de werking van de PW valt, kan de DGA ook het pensioen opbouwen bij een PPI. Het voordeel daarvan is dat er direct meer aanbieders komen, tegen scherpe tarieven.

  •  De DGA mag meedoen aan de regeling van zijn personeel en dat scheelt in de kosten

Op dit moment mag de DGA niet meedoen aan de collectieve regeling van de werknemers. Dat komt, omdat het lastig is voor de verzekeraars dat er deelnemers zijn die meedoen in de regeling, waarbij andere wetgeving van toepassing is. Het gevolg is dat de DGA voor zichzelf advieskosten moet maken, terwijl de collectieve regeling vaak al goed genoeg is. Waarom moet je twee regelingen optuigen, als de regelingen feitelijk hetzelfde zijn? Wanneer de DGA onder de werking valt van de PW, dan is de weg vrij om deel te nemen aan de collectieve regeling. Dat brengt ook met zich mee dat de advieskosten dalen en de kosten van een collectieve regeling liggen lager dan in een individuele regeling.

  • De regelgeving wordt eenduidig, wat de kosten naar beneden brengt

Als de DGA met een verzekerd pensioen onder de PW valt, dan wordt de regelgeving duidelijker. Een verzekerd pensioen (een PPI schaar ik in die categorie) valt per definitie onder de PW. Dit geeft duidelijkheid voor DGA’s, maar ook voor adviseurs en de verzekeraars. Een DGA met stemrecht valt bijvoorbeeld niet onder de PW, maar een DGA zonder stemrecht valt wel onder de PW.

  • Er wordt beter gecommuniceerd met de DGA over het pensioen en dat is kostenverlagend

Op grond van de PW moet de uitvoerder goed communiceren met de werknemers. Die communicatie is hard nodig, omdat het onderwerp pensioen als lastig wordt beschouwd. Ook voor DGA’s is pensioen lastig. Wat dat betreft zijn het ook maar mensen. Waarom mag een werknemer zijn pensioen wel nakijken op mijnpensioenoverzicht.nl en de DGA niet? Waarom wordt een werknemer wel automatisch goed voorgelicht en de DGA niet?

  • De verzekeraar moet prudent beleggen, waardoor de DGA minder risico loopt

Op dit moment heeft de DGA zelf de beleggingsstrategie in handen en ik zie zeer regelmatig dat DGA’s vlak voor de pensioendatum nog volledig beleggen in aandelen. Waarom? Omdat ze geen flauw idee hebben wat ze aan het doen zijn. Als de koersen vlak voor de pensioendatum scherp dalen, dan daalt het pensioen net zo hard mee. Dat is natuurlijk een ongewenste situatie.

Als er DGA’s zijn, die zelf het beleid in handen willen houden, dan is dat ook onder de PW gewoon mogelijk. Daarvoor hoeft de PW niet aangepast te worden. De DGA’s, die zich niet willen bemoeien met de beleggingen vallen automatisch onder het life-cycle beleggen. De ervaring leert, dat veruit de meeste werknemers ervoor kiezen om de beleggingen uit handen te geven aan de verzekeraar. Dat zal ongetwijfeld ook gaan gelden voor de DGA’s.  De verzekeraar heeft dan de verantwoordelijkheid om het pensioen op een adequate manier te beleggen.

  • De DGA krijgt de mogelijkheid voor waarde-overdracht

De DGA kan zijn oude werknemerspensioenen nu NIET samenvoegen met zijn DGA pensioen. Tussen het DGA pensioen en het werknemerspensioen zit een Chinese muur. Waarde-overdacht wordt als een belangrijk recht voor de werknemer beschouwd en is daarom goed geregeld in de PW. Dit recht zou toch ook open moeten staan voor de DGA?

Conclusie: er zijn alleen maar argumenten vóór, om de verzekerde pensioenregeling van de DGA onder de werking van de PW te laten vallen en er zijn geen valide argumenten tegen.