Eigen bijdrage kan de werkgever terugbetalen aan de werknemer

Soms heb je een mismatch met een nieuwe werknemer. Dat is voor beide partijen jammer, maar daarvoor heb je dan ook een proeftijd. Meestal wordt de eigen bijdrage voor het pensioen wel al ingehouden op het loon, maar worden er nog geen premies aan de pensioenuitvoerder betaald, omdat de aanmelding nog niet is verwerkt. De vraag is hoe je daar dan mee moet omgaan.

Formeel moet de aanmelding worden voortgezet en moeten de pensioenpremies afgedragen worden. Dit gaat dan om enkele tientjes en valt dit onder de “kleine pensioenen” waardoor het afgekocht gaat worden. Zeer waarschijnlijk heeft de werknemer liever, dat de werkgever overgaat tot het uitbetalen van de eigen bijdrage.

Gelukkig ligt er nu een wetsvoorstel, dat hier verandering in gaat brengen. In dit wetsvoorstel wordt bepaald, dat de werknemer die nog niet is aangemeld bij de pensioenuitvoerder, recht heeft op het terugbetalen van de eigen bijdrage. Het wetsvoorstel is hier niet voor gemaakt, maar kan er wel voor worden gebruikt.

Eerste rapport over degressieve opbouw

Het Centraal Planbureau schrijft in het rapport “Pensioenresultaat bij degressieve opbouw en progressieve premie”  dat  het pensioenresultaat bij degressieve opbouw (gelijkblijvende premie en afnemende pensioenopbouw) in de meeste gevallen tussen de 90 en 110% van de opbouw bij een progressieve premie (gelijke opbouw, maar stijgende premie) ligt. De pensioenopbouw bij doorsnee-opbouw en de degressieve opbouw blijkt dan ook sterke gelijkenis te vertonen. De overgang naar progressieve premies zal op de korte termijn effecten hebben op de arbeidsmarktpositie van ouderen (negatief effect) en jongeren (positief effect).

Dit rapport is geschreven naar aanleiding van een brief van de staatssecretaris van SZW aan de Tweede Kamer over een toekomstbestendig pensioenstelsel. Daarin werd onder andere geopperd om over te stappen van de huidige doorsneesystematiek (gelijke premie voor iedereen met een gelijke opbouw voor iedereen) naar een afnemende opbouw naar mate een werknemer ouder wordt. Let wel: de doorsneesystematiek wordt alleen gehanteerd bij ondernemings en (verplichtgestelde) bedrijfstakpensioenfondsen. Bij verzekerde regelingen wordt een progressieve premie (actuariële premie) gehanteerd

Wet Verbeterde Premieregeling: het shoprecht wordt een lege huls

Het Wetsvoorstel Verbeterde Premieregeling is op 10 maart 2016 aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel zorgt  ervoor dat werknemers die met pensioen gaan, langer mogen door beleggen. De verwachting is dat de pensioenuitkeringen hierdoor stijgen. Dat is inderdaad een verbetering. Het zorgt er ook voor dat het shoprecht feitelijk verdwijnt en dat is een aanzienlijke verslechtering. Het shoprecht houdt in, dat een werknemer op de pensioendatum de beste aanbieder mag uitzoeken. De werknemer is door het shoprecht NIET gebonden aan de aanbieding van de huidige pensioenuitvoerder. In de meeste gevallen brengen wij het pensioen onder bij een andere aanbieder dan bij de aanbieder waar het pensioen is opgebouwd, omdat de huidige aanbieder NIET de hoogste aanbieder is.

 

Werknemers met een verzekerd pensioen hebben een wettelijk shoprecht, dat verdwijnt door de invoering van deze wet

In het wetsvoorstel staat ook, dat een deelnemer recht heeft op waarde-overdracht op de pensioendatum. Dit is het zogenaamde shoprecht. Dit recht is belangrijk, omdat het ervoor zorgt dat de werknemer een zo hoog mogelijk pensioen kan aankopen. Zonder een shoprecht (dus zonder de hete adem van de concurrentie) zijn de individuele pensioenuitkeringen lager dan met een shoprecht. Dit heeft de praktijk jammer genoeg al eens bewezen.

Het shoprecht is alleen van toepassing, als een pensioenfonds uitsluitende variabele pensioenuitkeringen aanbiedt. Als een pensioenfonds ook een vaste pensioenuitkering aanbiedt, dan is er géén shoprecht. Een waardeloos vast pensioen voorkomt dat de werknemer kan kiezen voor een veel betere aanbieding van een andere pensioenuitvoerder.

 

Verzekeraars zijn bezig om de pensioenuitvoering over te zetten naar een pensioenfonds

Als we deze informatie koppelen aan de trend die we waarnemen, dan blijkt dat het shoprecht straks een lege huls is. Meerdere pensioenverzekeraars zijn namelijk bezig om een vergunning voor een Algemeen Pensioen Fonds (APF) aan te vragen. Deze ontwikkeling staat verder los van het door beleggen na de pensioendatum, maar het heeft indirect wel gevolgen. Een APF is (de naam zegt het al) een pensioenfonds en als het APF zowel een variabele als een vast pensioen aanbiedt, dan is er geen sprake meer van een shoprecht. Als het shoprecht op deze manier door de praktijk vervalt, dan daalt de hoogte van de pensioenuitkeringen. Dit heeft het verleden ons helaas al eens geleerd.

 

De verantwoordelijkheid voor het shoprecht ligt bij de werkgever en de werknemers

Het Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt heeft hier vragen over gesteld bij de behandeling van het wetsvoorstel. De antwoorden zijn ronduit teleurstellend. Afgezien van het feit dat er geen concrete antwoorden worden gegeven, wordt de verantwoordelijkheid voor de toekomstige opbouw bij de werkgever neergelegd (zoek maar een verzekeraar) en de verantwoordelijkheid voor de reeds opgebouwde aanspraken ligt bij de werknemer (je mag waarde-overdracht van je verzekerde pensioen naar het APF weigeren). De conclusie die je uit de reactie kan trekken is dat de werkgever en de werknemers zelf verantwoordelijk zijn voor het behoud van het shoprecht.

 

De hoop is gevestigd op de Eerste Kamer

Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Laten we hopen, dat de Eerste Kamer het belang van het shoprecht onderkend en inziet dat de huidige praktijk leidt tot feitelijk afschaffing van het shoprecht.

 

 

Achterstallige pensioenpremies

Hof Amsterdam GHAMS:2016:524:

Deze zaak gaat over het premievrij maken van de pensioenopbouw door de verzekeraar bij premieachterstand. De vraag is wanneer is er voldoende inspanning geleverd door de verzekeraar om een pensioencontract premievrij te mogen maken.

Een werkgever heeft een verzekerde pensioenregeling bij Generali. Generali stuurde maandelijkse premieoverzichten. Op 18-04-2013 is de eerste brief met een melding van de betalingsachterstand verzonden. Op 13-06-2013 is er e-mail contact geweest tussen de werkgever en Generali met de mededeling dat er geen accountantsverklaring over de financiële situatie verzonden kon worden, omdat de accountant pas werkzaamheden gaat verrichten, nadat de achterstallige nota’s bij de accountant zijn voldaan. Op 28-06-2013 is er een aanmaning verzonden en gelijktijdig een brief aan de werknemers met daarin de gevolgen en procedure van achterstallige premies. Op 16-10-2013 zijn de pensioenpolissen premievrije gemaakt per 01-01-2013.

Een werknemer is het hier niet mee eens en spant een zaak aan tegen Generali. Generali is door de kantonrechter in het ongelijk gesteld. Volgens de kantonrechter had Generali gerechtelijke stappen moeten nemen (dagvaarding of faillissementsaanvraag) en pas als dat niet tot betaling leidt, dan mag de pensioenopbouw premievrij gemaakt worden. De kantonrechter vindt de twee verzonden brieven niet voldoende en de kantonrechter vindt dat het e-mailcontact niet onder de de contacten conform artikel 29 thuis horen.

In deze zaak voor het Hof Amsterdam stelt Generali dan ook twee vragen:

1) Welke aantoonbare inspanningen heeft Generali verricht?
2) Heeft Generali voldaan aan de inspanningsplicht van artikel 29 PW?

Ad 1: Het hof oordeelt, in tegenstelling tot de kantonrechter, dat de e-mail contacten wel onder de contacten geschaard moeten worden.

Ad 2: Het Hof oordeelt hierover: De aan de pensioenverzekeraar in artikel 29 lid 2 Pensioenwet opgelegde inspanningsverplichting is aldus veeleer te beschouwen als een door de werkgever ernstig te nemen aantoonbare waarschuwing van de verzekeraar dat bij niet betaling de pensioenaanspraken van de betrokken werknemers in het gedrang zullen komen, maar beoogt niet aan een verzekeraar de verplichting op te leggen via een gerechtelijke weg de achterstallige premies te trachten te incasseren. Integendeel, aangenomen mag worden dat zodanige maatregelen binnen dit tijdvak – hoge uitzonderingen daargelaten – er niet toe leiden dat de achterstallige premie alsnog wordt ontvangen, terwijl de terugwerkende kracht waarmee de verzekeraar de pensioenopbouw mag staken beperkt is tot een periode van vijf maanden.

Conclusie: Generali heeft voldaan aan de inspanningsverplichting en heeft de contracten premievrij mogen maken.

De werkgever had de premiebetaling aan de pensioenregeling eerder moeten stopzetten. Dat mag alleen als er een betalingsvoorbehoud in de pensioenregeling is opgenomen. Hierbij is het van belang, dat de werknemersbijdrage doorbetaald moet worden!

Bij oplopende betalingsachterstanden, is het dan ook zaak om de mogelijkheden te onderzoeken voor het verlagen van de premieafdracht of voor het volledig stopzetten van de pensioenregeling. Hierbij is het van belang dat de wettelijke (on)mogelijkheden goed in de gaten gehouden worden.

 

 

Werkgever moet betalen voor schade beleggingspensioen

Hof Den Haag: ECLI:NL:GHDHA:2016:231: Overgang van een eindloonregeling naar een beschikbare premieregeling, met inbreng van de opgebouwde waarde.
De werkgever is een accountantskantoor en heeft in 1999 de pensioenregeling omgezet van een eindloonregeling naar een beschikbare premieregeling. Daarbij is de waarde van het reeds opgebouwde pensioen ook overgezet naar de beschikbare premieregeling. Drie werknemers eisen een schadevergoeding, omdat het pensioen fors lager is dan onder de oude regeling. De werknemers zijn ervaren assistent accountants die regelmatig betrokken waren bij pensioenzaken.
De schade voor de werkgever is in deze zaak beperkt tot de schade van de waarde-overdracht
De werkgever is alleen gehouden tot een schadevergoeding voor de schade die is ontstaan door de waarde-overdracht van de opgebouwde gegarandeerde aanspraken in een beleggingsverzekering. De werknemers worden geacht voldoende kennis van zaken te hebben, om te begrijpen wat een beleggingsverzekering inhoudt voor de toekomstige opbouw. Als dit géén accountants waren, dan was deze zaak (zeer waarschijnlijk) anders verlopen. De adviseur van de werkgever is direct veroordeeld tot het vergoeden van de schade aan de werkgever. Het is te hopen voor de werkgever, dat de adviseur de schade kan dragen. Als de adviseur failliet gaat, dan draait de werkgever er alsnog voor op.
Omzetten van eindloon naar beschikbare premie is massaal gebeurd, veelal met summiere voorlichting
In de jaren negentig en het begin van deze eeuw zijn er veel pensioenregelingen omgezet van een salarisdiensttijdregeling (eindloon / middelloon) naar een beschikbare premieregeling. Daarbij is vermoedelijk in de meeste gevallen uitgegaan van optimistische rendementen en te weinig gecommuniceerd over de risico’s.
Bij deze werkgever was er sprake van werknemers die ervaring hebben met pensioenen. Daardoor is de schade voor de werkgever beperkt tot het advies over de waarde-overdracht. Het is een kwestie van tijd en er komt een vergelijkbare zaak, maar dan met werknemers die géén verstand hebben van pensioen.

Rekenregels omzetting vroegpensioen naar Wet VPL ook bij latere omzetting van toepassing

Belastingdienstpensioensite Vraag & Antwoord_05-055_versie 160108: Deze V&A gaat over de rekenregels voor de omzetting van aanspraken op vroegpensioen naar de Wet VPL. Op zich oud nieuws, maar er is een toevoeging bij geplaatst die vandaag de dag toepasbaar is. De toevoeging is:
In de praktijk komt het regelmatig voor dat de opgebouwde aanspraken op prepensioen bij de overgang naar het regime van de Wet VPL per 1 januari 2006 niet direct zijn omgezet in ouderdomspensioen ingaande op 65 jaar. De opgebouwde aanspraken op prepensioen zijn dan ongewijzigd in stand gebleven. Men kan er op een later moment alsnog voor kiezen om de opgebouwde aanspraken op prepensioen om te zetten naar een ouderdomspensioen ingaande op 65 jaar. Ook voor deze op een later moment toegepaste actuariële herrekening in het kader van de eenmalige toepassing van het derde lid van de artikelen 38d, 38e en 38f Wet LB kan worden uitgegaan van de hiervoor opgenomen rekenregels op basis van de berekeningsgrondslagen voor de balanswaardering van pensioenverplichtingen van de BV.
Let wel: dit gaat alleen om de uitstelberekening van de VPL aanspraken. Andere uitstelberekeningen moeten op commerciële grondslagen plaatsvinden.

AOW franchise 2016 pensioen zijn bekend

Op 30 november is het minimumloon voor 2016 bekend gemaakt. Op basis van het minimumloon worden de AOW- en ANW uitkeringen berekend. Op basis van de AOW wordt de  AOW-franchise 2016 berekend.

Minimumloon en AOW        2016      2015
Minimumloon  € 19.758,84  € 19.463,33
AOW enkelvoudig (e.v.)  €   9.714,12  €   9.481,50
AOW alleenstaand (o.g.)  € 14.210,76  € 14.170,44
AOW-franchise 2016
AOW Franchise 10/7 e.v.  € 13.877,31  € 13.545,00
AOW Franchise 100/75 e.v. (middelloon)  € 12.952,16  € 12.642,00
AOW Franchise 100/66,28 e.v. (eindloon)  € 14.656,19  € 14.305,00
AOW Franchise 100/66,28 o.g. (eindloon eigen beheer)  € 21.440,49  € 20.921,00
AOW Franchise 100/75 o.g. (middelloon eigen beheer)  € 18.947,68  € 18.893,92
ANW-uitkering 2016
ANW  € 14.837,52  € 14.658,84
Wezen tot 10 jaar  €    4.748,04  €    4.690,80
Wezen van 10 tot 16  €    7.122,00  €    7.036,20
Wezen vanaf 16  €    9.495,96  €    9.381,48

Overgangsbepalingen voor gebruik twee franchises

Vanaf 2015 komt er een verschil tussen de franchise in een middelloonregeling en een eindloonregeling. De staatssecretaris van financiën heeft op 2 oktober 2014 een besluit gepubliceerd waarin wordt goedgekeurd dat in een RISICO nabestaandenpensioen op eindloonbasis een middelloonfranchise gehanteerd mag worden. Als het nabestaandenpensioen op opbouwbasis is toegezegd, dan geldt deze goedkeuring niet. Dit staat in de Staatscourant, 02-10-2014

Er is een voorwaarde en dat is dat het nabestaandenpensioen gebaseerd moet zijn op het salaris van het moment van overlijden. Er mag dus geen sprake zijn van een toezegging met een bereikbaar salaris (die toezeggingen komen haast niet voor). Deze goedkeuring geldt tot 01-01-2018, daarna moeten alle regelingen aangepast zijn aan de nieuwe franchises.

Naast deze goedkeuring staan er nog een aantal zaken in:

1) Werknemers geboren voor 01-01-1950 mogen onder de Wet VAP (01-01-2014) hun oude opbouwpercentage voor het nabestaandenpensioen behouden (art 2.1 van het besluit);

2) Onder voorwaarden mag het wezenpensioen in 2014 iets te hoog zijn (art 2.2 van het besluit);

3) Bij een risico nabestaandenpensioen mag je uitgaan van de oude “opbouw”percentages (art. 2.3 van het besluit);

4) Conversie van opgebouwde aanspraken met recht op indexatie, in relatie tot de maximale pensioenopbouw (art. 2.4 van het besluit);

5) Aanwijzing van pensioenregelingen waarbij de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is ingegaan (art 2.5 van het besluit).

De aanwijzing van pensioenregelingen geldt NOOIT voor pensioenopbouw in eigen beheer. Dit is op grond van artikel 19d Wet LB niet toegestaan.

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor niet afdragen pensioenpremies

De bestuurder van een BV is persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de achterstallige pensioenpremies aan het bedrijfstakpensioenfonds. De melding van betalingsonmacht is te laat ingediend.  Deze melding moet binnen veertien dagen na de dag waarop betaald had moeten zijn bij het fonds binnen zijn. Bij de melding moet ook inzicht worden gegeven in de omstandigheden die hebben geleid tot de betalingsonmacht (Besluit meldingsregeling Wet BPF 2000).  De oud bestuurder moet ruim € 300.000,- betalen aan het pensioenfonds. De uitspraak GHDHA:2014:1860 is hier helemaal te lezen.
Deze uitspraak is de afgelopen week gepubliceerd. Naast deze uitspraak zijn er de afgelopen week meerdere uitspraken en ontwikkelingen geweest die betrekking hebben op het pensioenvak. Hut Pensioen Consultancy houdt voor vele pensioenadviseurs wekelijks de laatste ontwikkelingen bij. Belangstelling? Mail dan naar info@hut-pensioen.nl met als onderwerp “vakliteratuur”. U krijgt dan een proefabonnement voor twee maanden. Daarmee bent u iedere week op de hoogte van het laatste pensioennieuws.