Wet Verbeterde Premieregeling: het shoprecht wordt een lege huls

Het Wetsvoorstel Verbeterde Premieregeling is op 10 maart 2016 aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel zorgt  ervoor dat werknemers die met pensioen gaan, langer mogen door beleggen. De verwachting is dat de pensioenuitkeringen hierdoor stijgen. Dat is inderdaad een verbetering. Het zorgt er ook voor dat het shoprecht feitelijk verdwijnt en dat is een aanzienlijke verslechtering. Het shoprecht houdt in, dat een werknemer op de pensioendatum de beste aanbieder mag uitzoeken. De werknemer is door het shoprecht NIET gebonden aan de aanbieding van de huidige pensioenuitvoerder. In de meeste gevallen brengen wij het pensioen onder bij een andere aanbieder dan bij de aanbieder waar het pensioen is opgebouwd, omdat de huidige aanbieder NIET de hoogste aanbieder is.

 

Werknemers met een verzekerd pensioen hebben een wettelijk shoprecht, dat verdwijnt door de invoering van deze wet

In het wetsvoorstel staat ook, dat een deelnemer recht heeft op waarde-overdracht op de pensioendatum. Dit is het zogenaamde shoprecht. Dit recht is belangrijk, omdat het ervoor zorgt dat de werknemer een zo hoog mogelijk pensioen kan aankopen. Zonder een shoprecht (dus zonder de hete adem van de concurrentie) zijn de individuele pensioenuitkeringen lager dan met een shoprecht. Dit heeft de praktijk jammer genoeg al eens bewezen.

Het shoprecht is alleen van toepassing, als een pensioenfonds uitsluitende variabele pensioenuitkeringen aanbiedt. Als een pensioenfonds ook een vaste pensioenuitkering aanbiedt, dan is er géén shoprecht. Een waardeloos vast pensioen voorkomt dat de werknemer kan kiezen voor een veel betere aanbieding van een andere pensioenuitvoerder.

 

Verzekeraars zijn bezig om de pensioenuitvoering over te zetten naar een pensioenfonds

Als we deze informatie koppelen aan de trend die we waarnemen, dan blijkt dat het shoprecht straks een lege huls is. Meerdere pensioenverzekeraars zijn namelijk bezig om een vergunning voor een Algemeen Pensioen Fonds (APF) aan te vragen. Deze ontwikkeling staat verder los van het door beleggen na de pensioendatum, maar het heeft indirect wel gevolgen. Een APF is (de naam zegt het al) een pensioenfonds en als het APF zowel een variabele als een vast pensioen aanbiedt, dan is er geen sprake meer van een shoprecht. Als het shoprecht op deze manier door de praktijk vervalt, dan daalt de hoogte van de pensioenuitkeringen. Dit heeft het verleden ons helaas al eens geleerd.

 

De verantwoordelijkheid voor het shoprecht ligt bij de werkgever en de werknemers

Het Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt heeft hier vragen over gesteld bij de behandeling van het wetsvoorstel. De antwoorden zijn ronduit teleurstellend. Afgezien van het feit dat er geen concrete antwoorden worden gegeven, wordt de verantwoordelijkheid voor de toekomstige opbouw bij de werkgever neergelegd (zoek maar een verzekeraar) en de verantwoordelijkheid voor de reeds opgebouwde aanspraken ligt bij de werknemer (je mag waarde-overdracht van je verzekerde pensioen naar het APF weigeren). De conclusie die je uit de reactie kan trekken is dat de werkgever en de werknemers zelf verantwoordelijk zijn voor het behoud van het shoprecht.

 

De hoop is gevestigd op de Eerste Kamer

Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Laten we hopen, dat de Eerste Kamer het belang van het shoprecht onderkend en inziet dat de huidige praktijk leidt tot feitelijk afschaffing van het shoprecht.

 

 

< Ga terug naar het Nieuwsoverzicht